unable to view email? click here  
 

  
 
 
 
 
Rijkdom in armoede
 
Reisverslag van Joke van den Brink in Tanzania.
6 tot 29 December 2008
 
 
Groen, rood en blauw, zijn de kleuren, die ik ervaar als ik land op Kigoma airport, waar ik met open armen warm wordt verwelkomd door Father John, HET gezicht van onze stichting in Kasulu.
Het kenmerkt de attitude van de mensen in dit land: 
openheid, kleurrijk, warmte en een lach!
Hij is de vorige dag al naar Kigoma gereisd om vooral op tijd te zijn om me af te halen. Een autorit van drie uur, als het niet regent. Zo doet men daar: alle tijd en ruimte om te zorgen dat jij het naar je zin hebt.
De rit van Kigoma naar Kasulu is een groot genieten en verwonderen: Het rood van de aarde, het groen van de vegetatie en de blauwe lucht, soms grijs als er, vaak in de middag, een regenfrontje voorbijtrekt. De temperatuur is weldadig. Iedere rit of wandeling in de komende drie weken blijf ik genieten en mij verwonderen  over deze omgeving. Soms passeren we een dorpje:
 
Soms passeren we een dorpje: opgenomen in het rood van de aarde, met stenen of modderhuizen, met rietdaken of golfplaten, vaak half afgebouwd, tot er weer geld is voor verdere bouw.
De kleurrijk geklede mensen en de talloze kinderen, van wie de kleren verkleurd zijn als de aarde onder hun voeten. Ik voel me soms een koningin, en geneer me soms voor al die aandacht: Heel veel mensen zwaaien, roepen me toe: Mzungu, mzungu! , wat “blanke” betekent. 
Als ik later terug ben in Dar Es Salaam en een blanke zie lopen, stoot ik mijn gids, Melchior, aan en roep ik uit: Kijk een mzungu!
De eerste dagen is er alle gelegenheid om te wennen aan de cultuur: 
De dag begint vroeg: om half zeven is er even stromend water, genoeg voor een koude douche, daarna de mis om zeven uur, het ontbijt met koffie, thee, een witbroodje met jam, honing of pindakaas. Om 1 uur is er lunch: Ugali, rijst, aardappelen en bruine bonen en bananen. Er is ook vlees: kip, varkens- of rundvlees, maar dit is meestal zo taai, dat ik besluit als vegetariër door het leven te gaan daar. Mango’s staan vaak als toetje op het menu, soms ananas, met een smaak en sappigheid die we in Nederland niet kennen.
 
Het avondeten, om acht uur, bestaat uit dezelfde ingrediënten. Wel aangevuld met een eetlepel groenten: kool of gekookt blad van de bonenstruik.
In de drie weken dat ik daar leefde, heb ik continu een beetje hongergevoel gehad. Nooit het gevoel van verzadiging: het is maagvulling, meer niet. Dat werd ook bevestigd in een gesprek wat ik daarover had: “wij eten om onze maag te vullen”. De luxe van onze manier van eten is daar onbekend. Dat aspect van mijn reis viel mij zwaar: ik snakte naar boerenkoolstamppot!
Mango’s zijn er in deze tijd van het jaar in overvloed, maar rotten voor een deel weg, omdat men geen manier heeft om ze te conserveren: het zou boeiend zijn om daar eens een project aan te wijden. 
Om terug te komen op mijn dagindeling: rond half zes avonds krijg ik een emmer warm water voor mijn deur, en heb een stuk krachtige zeep: het dagelijkse wasritueel, met een kroes en een stuk zeep. Ik verheug me er dagelijks op.
Elektriciteit is er van avonds half zeven tot half tien met een generator. Net genoeg om mijn mobiel en de batterijen voor mijn camera op te laden. We eten ook in die tijd en kijken naar het Tanzania journaal: wat er in de rest van de wereld gebeurt krijg ik al die weken niet mee. Na het eten kan ik nog een half uurtje in mijn dagboek schrijven of een boek lezen voor het licht uitvalt, dan is het ook tijd om te slapen.
 
Op zaterdag is er een stichting Kasuludag georganiseerd door father John, dit was voor het eerst sinds de stichting bestaat.
 Veel van de kinderen die wij sponseren komen naar het pastoraal centrum, en hebben hiervoor uren moeten reizen met de dalla dalla of de bus. De dalla dalla is het meest gangbare vervoer voor de bevolking: het zijn kleine busjes met een 12 tal zitplaatsen, maar waar ook 25 mensen in kunnen als je maar een plekje hebt waar je voeten kunnen staan, en als de deur openblijft kun je ook nog half naar buiten hangen!
De meeste kinderen kennen elkaar niet, en het is dus voor iedereen aftasten: hoe heet je, waar kom je vandaan; hoeveel broes en zusters heb je… het gebruikelijke begroetingsritueel. Na het uitdelen van de flesjes soda (zeldzame traktatie voor zon- en hoogtijdagen) en de schaal met een soort oliebollen, verzamelen we ons in een ontmoetingruimte, waar father John hen verwelkomt. Bij de afsluiting verdelen we de schoenen en truien die uit Nederland zijn meegebracht.
Ik heb een gesprekje met ieder kind, hierbij gesteund door Elise, die goed engels spreekt en als tolk fungeert. Jammer dat ik geen Swahili spreek. Door Elise en later Agnes wordt het ijs ook wat gebroken: kinderen komen niet vaak in aanraking met een blanke en sommigen vinden het ook wel eng om met me te praten. 
Veel kinderen zijn alleen in de vakanties bij hun familie: de school staat niet op dagreisafstand en ze leven dus ook op de compound op de school. Ook dat moet betaald worden. Men heeft er veel voor over om naar school te gaan. Veel van de kinderen zijn erg leergierig, willen graag laten zien wat ze geleerd hebben en willen Engels met me praten. We hebben veel plezier met de taalspelletjes: elkaar proberen nieuwe woordjes te leren, met handen en voeten je verstaanbaar maken. Het is vooral de open manier van contact maken die me keer op keer ontroerd. Picha, picha: foto: Iedereen wil graag op de foto: men is trots op wie men is! Agnes leent mijn aantekenmap, zodat ik haar kan fotograferen als universitair student, wat ze als toekomstbeeld ziet. Jammer dat ik de foto’s niet ter plekke kan uitdelen, men moet het doen met het beeld op de camera.
Ik realiseer me dat een aantal kinderen misschien niet eens weten hoe ze eruit zien: spiegels heb ik weinig gezien.
De kinderen benoemen bijna allemaal dat het goed met hen gaat, zo ervaren ze dat: ondanks dat er lichamelijke klachten zijn als hoofdpijn en buikpijn, maar geld voor een dokter is er niet, ouders die zijn overleden of huizen die kapot zijn, onvoldoende te eten hebben. Er is een vorm van acceptatie, waar ik, als westerling, veel respect voor heb. De acceptatie komt niet voort uit gelatenheid, maar vanuit een accepteren van wat er is, en daar genoegen in scheppen: toekomstplannen zijn er genoeg: men wil dokter, zuster, schoolmeester, naaister of techneut worden: beroepen die het land en de cultuur ten goede komen. Een van de kinderen: een jongen die 20 km fietst (en dat op die wegen) om mij te ontmoeten, vertelt stralend en met trots dat hij president wil worden van Tanzania: Het lijkt mij een heel goed idee: wat een prachtmens! Er zijn een aantal kinderen met veel potentie om de ontwikkeling te stimuleren en op poten te zetten.
In de volgende weken ga ik veel op pad met Father John in de jeep.
 
We reizen zelden alleen; er is altijd wel iemand die een lift kan gebruiken, of er gaan een paar mannen mee, voor het geval we vast komen te zitten met de auto. Geasfalteerde wegen zijn er niet. De rode grond is kleiachtig en als er weer een plensbui komt, is de weg al snel onbegaanbaar. 
Ik breng een aantal dagen door in Kabanga, bezoek de kinderen in het dorp. De huisjes zijn donker binnen. Met de flits maak ik foto’s van “slaapkamertjes” waar nooit licht binnenkomt. Volgens mij weten sommigen niet hoe hun bed eruitziet. Veel slapen op matjes, gemaakt van de stengels van suikerriet, vaak op de aarde, soms op een houten frame. 
Mensen die leven van de giften van anderen omdat ze geen inkomen hebben, en er evenwel veel voor over hebben dat hun kinderen naar school kunnen, en ondanks alles trots zijn om je te laten zien hoe ze leven, en je altijd welkom heten aan hun tafel en in hun huis: het ontroert me keer op keer en ervaar een rijkdom, die wij niet meer kennen. 
 
Ik bezoek o.a. het ziekenhuis in Kabanga, wat inventief probeert te overleven, nu de financiële ondersteuning nagenoeg is weggevallen, en waar door een pater een energiebron is gerealiseerd, zodat er elektriciteit is, dus 24 uur licht en water en de O.K. kan draaien.
Ik bedenk me dat we nog veel zouden kunnen doen in de ontwikkeling door zonnepanelen te realiseren. Voor de ontwikkeling van de kinderen is het denk ik essentieel als men meer toegang zou kunnen krijgen tot de rest van de wereld d.m.v. internet en tv. Ook voor een goede gezondheidszorg is de aanwezigheid van elektriciteit mi essentieel. Een beetje zonnepaneel kost al gauw 1000 euro, exclusief onderhoud: voor hen meer dan een jaarsalaris, als je goed verdient.
Onderwijs in basale kennis en de engelse taal is essentieel om te kunnen profiteren van ontwikkelingen in andere landen. Om dit ook toe te kunnen passen, bv in de vorm van het conserveren van voedsel (glas/blik?), technische ontwikkelingen en medische kennis voor humanitaire doeleinden is aanwezigheid van elektriciteit, aanschaf van communicatiemiddelen, om maar een voorbeeldje te noemen, een onmisbare volgende stap, maar dan wel, waar mogelijk, met behoud van de eigenheid van de sociale natuurlijke rijkdom van dit prachtige Land:
Tanzania
 
 
Meer Fotos:
 
 
 
BUILDING THE FOUNDATION FOR A SECURE FUTURE
Stichting Kasulu KvK: 02086436. Rekeningnummer: 55.61.76.960
De stichting is officieel opgericht door middel van een notariele akte en als een goed-doel-instelling aangemerkt door de belastingdienst.
 
 
 
  unsubscribe